Pagina's

zondag 20 september 2009

Fietsprestaties genetisch bepaald (deel 2)

Maximale zuurstofopname bepalend voor toprenners
Inspanningsfysioloog Peter Helsen weerlegt beweringen van Greg Lemond
Greg Lemond had in zijn tijd de hoogste maximale zuurstofopname van het hele peloton, maar zou daarmee nu niet eens meer bij de beste vijftig zijn. Dat zegt de Amerikaan in een interview met de Franse krant Le Monde. 'Larie en apekool', zegt inspanningsfysioloog Peter Helsen. 'Met zijn VO2max zou hij nog steeds bij de besten zijn.'

De VO2max is de maximale hoeveelheid zuurstof die een lichaam kan opnemen en die door de spieren verwerkt kan worden zonder dat er melkzuur aangemaakt wordt. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de absolute VO2max en de relatieve VO2max. De relatieve VO2max-waarde is de absolute VO2max-waarde gedeeld door het lichaamsgewicht. Hoe meer zuurstof een lichaam opneemt, hoe meer ATP kan worden aangemaakt. ATP, of Adenosine-Tri-Phosfaat, is de energiebron die de spieren doet samentrekken.

Lemond had naar eigen zeggen een VO2max van 93 milliliter per kilogram per minuut. Hij beweert dat minstens vijftig renners van het huidige Tour-peloton beter doen. Professor Peter Hespel van de Katholieke Universiteit Leuven betwist dat. De inspanningsfysioloog begeleidt verschillende topatleten, onder wie de renners van de Belgische ploeg Quick Step-Davitamon en de renners van de nationale selecties. 'Ik heb al veel toprenners getest. De hoogste waarde die ik ooit gemeten heb, is 91 milliliter. De meeste toprenners hebben een waarde tussen 75 en 80 milliliter', zegt Helsen.

De VO2max-waarde is voor een groot stuk genetisch bepaald. 'Alles hangt af van de kwaliteit van het hart. Dat wordt ook duidelijk als je de VO2max van belofterenners gaat vergelijken met die van profs. De gemiddelden zijn dezelfde. En de VO2max van een belofte verandert nadien nog nauwelijks.'

Door training kan de relatieve VO2max wel worden verbeterd. En dat is, vooral bij het klimmen, een belangrijke parameter, omdat het eigen gewicht verplaatst moet worden. 'Er zijn twee manieren om de relatieve VO2max te verhogen. Ofwel traint men de spieren zodat die steviger worden en meer zuurstof kunnen opnemen. Ofwel gaat men vermageren zodat het lichaam meer zuurstof opneemt per kilogram lichaamsgewicht. Maar dat is nooit spectaculair. Het zijn kleine verbeteringen', legt Helsen uit. 'Waar ook op getraind kan worden, is op de duur dat een renner zijn maximale inspanning kan volhouden. Het effect van die uithoudingstrainingen is veel belangrijker.'

Er is ook een verschil in VO2max tussen de verschillende types van renners. De klimmer is het type renner met het grootste maximale zuurstofopnamevermogen. 'Dat komt door hun kleine lichaamsgewicht. Ze kunnen ook lang een grote inspanning volhouden. Tijdrijders hebben een veel grotere spiermassa dan klimmers. Door het grotere gewicht zakt hun VO2max. Sprinters hebben van nature een minder hoge VO2max. Die speelt bij hen nauwelijks een rol. Zij moeten het hebben van hun korte, explosieve inspanningen. Daarom trainen ze ook minder op uithouding dan anderen, want dat bot hun snelheid en hun explosiviteit af.'

Bij gewone mensen daalt de VO2max met de leeftijd, maar niet bij topsporters. 'Veel mensen zijn fysiek niet actief en dan zakt de VO2max uiteraard. Bij topatleten blijft die nagenoeg constant. 30-plussers die hun lichaam blijven trainen, hebben alle nodige kwaliteiten om grote sportprestaties te leveren. Die zijn fysiologisch nog perfect in staat om topprestaties te leveren. Maar er komt natuurlijk meer bij kijken. Als zoveel dertigers nog topkoersen kunnen winnen tegen hun jongere collega's, heeft dat vooral met motivatie en met een professionele houding te maken.'

Greg Lemond beschuldigt het wielrennen van het gebruik van bloeddoping om de VO2max te verhogen. 'In 1990 won ik mijn derde Tour. Onze ploeg, Z, won het ploegenklassement. Een jaar later kon niemand van ons team het tempo van het peloton nog volgen. Ik was nochtans beter voorbereid. Iedereen in onze ploeg wist dat er een probleem was met EPO', wijst de drievoudige Tour-winnaar met een beschuldigende vinger naar de anderen. Professor Helsen: 'Bloeddoping kan de VO2max verhogen. Dat staat vast. Maar zo spectaculair als Lemond beweert, is dat niet. Het gaat om kleine verschillen. Een topper kan er net het verschil mee maken. Een belangrijk verschil, dat wel.'

De VO2max is niet de enige belangrijke prestatiebepalende eigenschap. Volgens Helsen zelfs niet de belangrijkste. 'De VO2max komt volgens mij pas op de tweede plaats als prestatiebepalende eigenschap. Nog belangrijker is de anaƫrobe drempel.' De anaƫrobe drempel is de intensiteit van inspanning waarboven melkzuur zich begint op te hopen in de spieren en het bloed. Die ophoping ontstaat doordat de afvoer van het melkzuur de aanmaak niet meer kan volgen. Hoe later een atleet die drempel bereikt, hoe beter zijn uithoudingsvermogen.

'Een derde belangrijke eigenschap is de maximale kracht. Tom Boonen, bijvoorbeeld, haalt zijn meerwaarde uit zijn enorme spierkracht. Zonder die kracht stonden al de overwinningen die hij dit jaar al boekte niet op zijn palmares. Als hij progressie wil maken, moet hij zijn uithouding verbeteren. Met meer ervaring kan hij ook meer winnen. Je ziet dat hij vaak nog wedstrijden verliest door tactische fouten.'

Voor hij teelbalkanker kreeg, was ook Lance Armstrong een echte krachtpatser. Na zijn ziekte is hij een andere renner geworden. Hij is magerder en rijdt nu veel meer op souplesse. Greg Lemond vindt dat maar verdacht. 'Er bestaan geen mirakels in het wielrennen', zegt hij daarover. 'Zowel Bernard Hinault als Eddy Merckx won bij zijn debuut meteen de Ronde van Frankrijk. Ik werd derde in mijn eerste Tour in 1984 en tweede in 1985.'

'Hij, en anderen, zouden wat meer respect mogen hebben voor wat Armstrong allemaal presteert', reageert Helsen. 'Armstrong heeft medisch heel wat meegemaakt en dat maakt hem nu zo sterk. Weinig renners trainen zoveel, zo hard en zo doelgericht als hij. Zijn onvoorstelbare inzet wordt altijd maar in de schaduw geplaatst door de dopingverhalen. Maar hij is een ongelooflijke atleet. Armstrong is de enige die op de cols een trapfrequentie van 100 pedaalslagen per minuut kan aanhouden. Het vraagt heel veel inzet en tijd om dat onder de knie te krijgen. Het duurt twee tot drie jaar. Veel renners hebben het al geprobeerd, maar nog niemand is erin geslaagd het hem na te doen. Dat zegt alles over het karakter van Armstrong.'

1 opmerking:

  1. Zware kost, maar wel interessant. Zal het zeker nog 2x moeten lezen om het goed op te nemen.

    BeantwoordenVerwijderen