Pagina's

woensdag 3 augustus 2011

Kale berg

Alweer zit onze vakantie erop. Zoals gewoonlijk voert onze auto ons naar Frankrijk. Dit keer op aanraden van een collega en ook Wim P. hebben we gekozen voor de omgeving van de Drome. Weliswaar heet het departement de Drome, maar onze camping was gelegen in de vallei van de Rhone, maar een kniesoor die daar op let. De eerste week was het weer niet om over naar huis te schrijven. Dat wil zeggen; het weer was niet geschikt om veel te zonnebaden, maar fietsen ging prima. Met een graadje of 22 en wat wolkjes is het prima fietsen.

De keus tussen vlak fietsen in de vallei of de bergen opzoeken was snel gemaakt. Ondanks mijn gewicht kom ik altijd weer boven, zo ook dit keer. Verschillende uitstapjes naar de Col de la Bataille (aanrader), de col de Bacchus (behalve zijn naam niets bijzonders) en de col des Limouches (stevig) waren zeer de moeite waard. Ook een klein uitstapje naar de Ardeche, waar de col de Mure en de col de Comberon (uit Parijs-Nice van dit jaar) werden geslecht waren zeker het aanbevelen waard. Hier heb ik min of meer toevallig op de route van de Ardechoise gereden, een fietsvierdaagse voor toerfietsers in juni. Wellicht een idee voor een komend jaar voor diegenen die de Mormotte nog niet aandurven.

De voorbereiding voor het beklimmen van de Mont Ventoux was dus prima, nu alleen nog een dag afwachten waarop het weer wat beter werd. In de Dauphine Libere wordt dagelijks de verwachting voor de top van de Kale berg gepubliceerd, dus dat is makkelijk. Donderdag 28 juli was DE dag. De bedoeling is om vanuit het plaatsje Bedoin de beklimming te starten, dus de auto geparkeerd in Mormoiron, op ongeveer 7 km van de voet van de klim, om nog wat warm te fietsen. De eerste kilometers vanuit Bedoin gaan prima, dus dat rekenen we nog maar even tot het warmfietsen, wat overigens snel gaat bij een graad of 28. Bij St. Esteve linksaf het bos in, het bos dat door een ieder zo (terecht) wordt gevreesd. Het klimmen zat duidelijk nog in de benen, want het ging me vrij makkelijk af, in tegenstelling tot een paar buren van de camping (jongens van een jaar of 20) die in bovenin het bos opgaven (;-)). Wel telkens mezelf gedwongen rustig(er) aan te doen. De paaltjes langs de weg gaven niet alleen de kilometers aan die nog te gaan zijn, maar helaas ook het stijgingspercentage van de komende kilometer. Daar wordt je dus niet vrolijk van, ik zou liever vertoken blijven van die kennis.


Eindelijk, na ruim anderhalf uur klimmen is daar Chalet Renard, het cafeetje waar het kale gedeelte van de berg echt begint. Ik klom hier gelijk op met een Rotterdammer en we kwamen samen tot de conclusie dat dit iets anders is dan een rondje Hoekse Waard, maar niet minder leuk. Als je de top in zicht hebt met die hoge toren merk je eigenlijk niet dat de klim steeds lastiger wordt. Daarbij moet ik eerlijkheidshalve ook zeggen dat de wind erg meeviel, de wind in het dal was strakker dan bovenop. Het laatse stuk nog een ultieme poging gedaan om binnen de twee uur te finishen, maar helaas zit er in een uur een minuut te weinig om dat doel te halen. Wanner ik beneden naar de wc was gegaan in plaats van boven had ik het zeker gered, want de Mont Ventoux is sinds mijn komst zeker een pondje aangekomen.

Op aanraden van een collega heb ik de afdaling via Sault gedaan, met een extra lusje via de Gorges de la Nesque. Dat betekende een extra klimmetje van ongeveer 4 km, maar daarna een prachtige afdaling van ongeveer 30 km, met overigens heel veel wind. Direct maar even de collega bedankt voor de tip, dit was de moeite van het omrijden meer dan waard !

Wat rest is de komende weken weer stoempen op het vlakke.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten