Pagina's

zondag 18 september 2011

Het Monument



Afgelopen vrijdag was het zover, op uitnodiging van de gastransporteur van onze Zuiderburen op weg naar Oudenaarde, het startpunt van de tocht van zaterdag. Ik was ietwat aan de vroege kant, drie collega's waren echter nog vroeger en hadden de fiets al gevat. Daarvoor was het toch echt niet meer de moeite, dus maar even een kijkje genomen in het stadje. Prachtig stadje, gezien de winkels en gebouwen een welvarend stukje Vlaanderen. Toen viel mijn oog op het oude stadhuis, waarop een spandoek prijkte "Oudenaarde houdt van de Ronde", iets verder een groepje notabelen met allemaal een vlaggetje in de hand met dezelfde tekst. Al gauw werd duidelijk dat ik mij op een historisch moment midden in het Centrum van de Ronde van Vlaanderen bevond. Het uur waarop duidelijk werd dat dit stadje finishplaats werd van de Ronde. Inmiddels waren de collega's teruggekeerd en bleken op de Paterberg (een van hen dacht dat het de koppenberg was, de cultuurbarbaar) gefilmd te zijn door een cameraploeg van de VRT. Jawel, u bevindt zich in wielergek Vlaanderen.

Het diner vond plaats in het Centrum van de Ronde van Vlaanderen, alwaar het goed toeven is, zo ondervonden ook de andere deelnemers aan de Ronde. Zaterdagmorgen vroeg uit de veren voor het ontbijt, kledingkeuze bepalen en vervolgens naar de Donk, het startpunt van onze ronde, toevallig ook de finish van de "echte" Ronde. Onze groep werd keurig begeleid door een drietal motoren, die keurig alle wegen afsloten voor onze groep passeerde. Perfect, die mensen geven je een veilig gevoel in zo'n grote groep van ongeveer 40 fietsers. De eerste klim was die van de Achterberg, net buiten Oudenaarde. De benen wilden eigenlijk nog niet zo erg , maar aangekomen bij de Varent ging het steeds beter. De Foreest was ook een feest van herkenning, maar de Ganzenberg en Steenberg deden bij mij geen lichtje branden. Snel vergeten deze rotklimmetjes. Vervolgens de Leberg en de Berendries, die in mijn herinnering kasseien had. De Vlamingen verzekerden mij dat dit nooit het geval was geweest, dat weten we dus ook weer.

De Wegkapitein droeg de prachtige Belgische driekleur om zijn mouw en liet ons niet fijnzinnig weten dat de groep buiten de klimmen om bij elkaar moest blijven. Dat hij echter vooraan de groep verantwoordelijk was voor het pijnigen van de rest ontging hem. Een beeld van herkenning met Tandje Bij passeerde in mijn gedachten. Na de Valkenberg en de Ten Bossestraat sloeg het noodlot toe: gebroken ketting. Balen natuurlijk dat die ketting verder weigerde mijn superieure spierkracht over te brengen op het asfalt. Er restte slechts een alternatief: plaatsnemen in de volgwagen. Bovenop de Muur kreeg ik de hulp van een handige zuiderbuur, die mijn ketting snel iets inkortte. Snel afgedaald naar beneden om alsnog dit monument te bestijgen en de mythe in me op te nemen. In de bocht voor het Hemelrijk hingen enkele verwensingen naar de organisatie van de RVV en ook "flandrien" Museeuw moest het lelijk ontgelden. Nooit zo genoten van een klim als deze. Alles ademt hier wielerhistorie, zelf op een dag als deze staan er gewoon cameraploegen hun werk te doen.

De groep had netjes gewacht op mijn verlate klim en vervolgens werd verder koers gezet naar de Bosberg en Ninove. De rit kende volgens de organisatoren nu nog twee klimmetjes, de Molenberg en de Valkenberg. Voor het gemak was men de Gapenberg en de Rekenberg even vergeten, net als een 800-tal hoogtemeters. Wel was melding gemaakt van een paar kilometer kasseien in Mater. Dat was niks teveel gezegd, mijn nieuwe Ridley werd flink op de proef gesteld, maar toonde zich net als zijn baas een echte Flandrien.

Na 128 kilometer was er een warm welkom in de Taverne den Dronk, alwaar het feest 's avonds werd afgesloten met een lekkere BBQ. Fluxys, namens alle deelnemers bedankt !

Geen opmerkingen:

Een reactie posten