Pagina's

zondag 20 juli 2014

Warm, warmer, warmst

Vrijdagavond 19.30 uur. Een dag voor een rit met collega's naar Limburg. Collega Wilbert belt af i.v.m. de voorspelde warmte. Goed beschouwd wel verstandig, maar niet leuk.

Verassende blikken dus bij aankomst in Smerdiek. "Jij zou toch ?". Ja, maar bij de collega's zit veilig, en dus risicomijdend gedrag, in de genen. Dus moet ik maar aansluiten bij de minder verstandige renners uit Zeeland.

Er wordt gekozen voor een rit richting Yerseke. Meestal wordt de wind zoveel mogelijk gemeden, maar vandaag is een verfrissend windje meer dan welkom. Langs het strandje van de Oesterdam ontmoeten we meewarige blikken. Wat zou het zijn; jalouzie, vanwege het feit dat zij wel en ik niet sportief bezig ben, of is het meer een vorm van spot ? Ik weet het niet, maar moet onwillekeurig denken aan de legendarische woorden uit het boek "De Renner" van Tim Krabbe: ‘Meyrueis, Lozère, 26 juni 1977. Warm, bewolkt weer. Ik pak mijn spullen uit mijn auto en zet mijn fiets in elkaar. Vanaf terrasjes kijken toeristen en inwoners toe. Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.’

Omdat ik eerlijkheidshalve moet toegeven dat ik niet goed tegen de warmte kan besluit ik voorlopig geen kopwerk te doen. De ervaring leert nl. dat dit binnen een uur zal leiden tot hoofdpijn en daar heb ik geen trek in. Het tempo ligt lager dan normaal, maar toch nog wel op een sportief niveau. Ook Hans Priem besluit zich af te laten zakken i.v.m. de warmte, zodat ongeveer de helft van de groep kopwerk verricht en de andere helft ervan profiteert. Dan maar profiteur.

Aangekomen bij de dijk aan de Westerschelde heeft de wind besloten aan de andere kant van de dijk te blijven. We krijgen een klap in het gezicht van de warmte. Toch wordt niet van de route afgeweken. Ik vermoed omdat dit deel van Zuid Beveland te smal is om alternatieven te vinden. Ron en Jaspert blijken op tijd thuis te willen zijn vanwege een verjaardag, waarop Kees aangeeft geen moeite te hebben met het inkorten van de route. We kunnen altijd op Tholen nog een lusje extra doen. Ik stem gretig in met dit plan, aangezien er van dat lusje meestal niets terecht komt en het vooruitzicht van 15 kilometer minder fietsen mij wel trekt.

Dus wordt de route ingekort, we rijden door Waarde (nooit geweten dat dit dorp nog zo groot was) en Oostdijk terug langste het spoor richting Krabbendijke. Daar aangekomen zijn de spoorbomen dicht en, o geluk, er komt nog een trein van de andere kant. Een enkeling heeft echter geen tijd om op een trein te wachten en zo wordt de route omgelegd. Je kunt immers ook vanaf de andere kant naar Rilland rijden. Niet iedereen kan meteen aansluiten, zodat deze omleiding aanleiding geeft voor een enkele verhitte reactie. Bij het tankstation in Rilland wordt letterlijk bijgetankt, waarop de reis terug over de Oesterdam wordt aanvaardt.

Kees en Roy zijn meteen weg, de rest besluit rustiger aan te doen. Toch wordt bij elke wisseling het tempo langzaam omhoog geschroefd, wat leidt tot het uiteenvallen van de groep. Na de bocht keren enkelen zelfs om, waarschijnlijk om de helpende hand toe te steken vanwege een lekke band. Later blijkt dat er meer aan de hand is geweest. Peter heeft de versmalling van het fietspad te laat opgemerkt en kan een valpartij niet meer voorkomen. Een aantal flinke schaafwonden zijn het vervelende gevolg. Het voorgenomen lusje wordt daarom achterwege gelaten.

Bij thuiskomst besluiten we lekker buiten te gaan zitten. Peter wordt door Rene verbonden. Ook Hans L. laat zich nog even zien op het terras, hij vond het vandaag te warm om te vertrekken en was om zes uur vanmorgen al een rondje geweest. De rit wordt onder het genot van een pilsje afgesloten.

1 opmerking: